Eigenschappen FO-verwerking

In onderstaande tabel worden de eigenschappen beschreven waarmee de FO-verwerking wordt beheerd.

Naam eigenschap Beschrijving Standaard

XSLT-processor van BI Publisher gebruiken

Hiermee wordt het gebruik van de parser beheerd. Als de eigenschap is ingesteld op "niet waar", wordt de niet-meegeleverde XDK-parser gebruikt. Als de eigenschap is ingesteld op "waar", wordt de 11g-parser gebruikt die bij Publisher wordt geleverd. Als de eigenschap is ingesteld op "12c", wordt de 12c-parser gebruikt die bij Publisher wordt geleverd.

U kunt deze eigenschap instellen op serverniveau of op rapportniveau.

Als de gegevensgrootte meer dan 2 GB is, stelt u deze eigenschap in op "12c".

Als u deze eigenschap op rapportniveau instelt op "12c", moet u de eigenschap ACCESS_MODE instellen op FORWARD_READ in XSLT-processor op serverniveau instellen op "niet waar" en op rapportniveau op "waar".

waar

Compatibiliteitsmodus van XML-parser 11g

Als de eigenschap XSLT-processor van BI Publisher gebruiken is ingesteld op "12c" of "niet waar", wordt, wanneer deze is ingesteld op "waar", de attribuutstring "group-by" gewijzigd om ervoor te zorgen dat de XDK 12c-parser compatibel is met de XML 11g-parser.

Waar

Schaalbare functie van XSLT-processor activeren

Hiermee wordt de schaalbare functie van de XDO-parser beheerd. De eigenschap "XSLT-processor van BI Publisher gebruiken" is alleen geldig als deze eigenschap is ingesteld op "waar" of "12c".

De waarde van deze eigenschap moet zowel op serverniveau als op rapportniveau 'waar' zijn. Als u "niet waar" instelt, wordt in de FO-processor geheugen (heap) gebruikt in plaats van de schijf en is er mogelijk onvoldoende geheugen beschikbaar.

niet waar

XSLT-uitvoeringsoptimalisatie activeren

Wanneer de waarde is ingesteld op "waar", nemen de algehele prestaties van de FO-processor toe en neemt de grootte van de tijdelijke FO-bestanden die in de tijdelijke directory worden gegenereerd aanzienlijk af. Bij kleine rapporten (bijvoorbeeld 1-2 pagina's) is de prestatietoename niet zoals aangeduid. Als u de prestaties nog meer wilt verbeteren wanneer u deze eigenschap instelt op "waar", stelt u de eigenschap Attributensets extraheren in op "niet waar".

waar

XPATH-optimalisatie activeren

Wanneer deze waarde is ingesteld op "waar", wordt het XML-gegevensbestand geanalyseerd op de frequentie van elementen. De informatie wordt vervolgens gebruikt om XPath in XSL te optimaliseren.

niet waar

Pagina's in cache tijdens verwerking

Deze eigenschap is alleen actief als u een tijdelijke directory opgeeft (onder 'Algemene eigenschappen'). Bij het genereren van de inhoudsopgave worden de pagina's in de cache van de FO-processor geplaatst, totdat het aantal pagina's de waarde overschrijdt die voor deze eigenschap is opgegeven. Daarna worden de pagina's naar een bestand in de tijdelijke directory geschreven.

50

Type cijfervervanging bidirectionele taal

Geldige waarden zijn "Geen" en "Nationaal". Wanneer de waarde "Geen" is ingesteld, worden Oost-Europese getallen gebruikt. Wanneer de waarde is ingesteld op "Nationaal", wordt de Hindi-notatie (Arabisch-Indische cijfers) gebruikt. Deze instelling is alleen geldig als de landinstelling 'Arabisch' is. Anders wordt deze genegeerd.

Nationaal

Ondersteuning variabele koptekst deactiveren

Wanneer u deze instelling op 'waar' instelt, wordt ondersteuning van variabele kopteksten voorkomen. Bij ondersteuning van variabele kopteksten wordt grootte van de koptekst automatisch aan de inhoud aangepast.

niet waar

Externe verwijzingen deactiveren

Wanneer u deze instelling op 'waar' instelt, is het importeren van secundaire bestanden (zoals subsjablonen of andere XML-documenten) niet toegestaan tijdens de XSL-verwerking en XML-ontleding. Hierdoor is het systeem beter beveiligd. Stel de waarde in op "niet waar" als externe bestanden worden opgeroepen door het rapport of de sjabloon.

waar

Buffergrootte ontleding opm.obj.

Hiermee wordt de grootte van de buffer voor de FO-processor opgegeven. Wanneer de buffer vol is, worden de elementen in de buffer weergegeven in het rapport. Voor rapporten met grote tabellen of draaitabellen die een complexe opmaak en complexe berekeningen vereisen, is mogelijk een grotere buffer vereist om deze objecten goed in het rapport te kunnen weergeven. Maak de buffer voor deze rapporten groter op rapportniveau. Een verhoging van deze waarde is van invloed op het geheugenverbruik van het systeem.

1000000

Uitgebreide regelonderbreking opm.obj.

Wanneer u deze instelling op 'waar' instelt, worden interpunctie, woordafbreking en internationale tekst correct afgehandeld wanneer regelafbreking noodzakelijk is.

waar

XSLT-uitvoeringsoptimalisatie activeren voor subsjabloon

Hiermee is de import van XSL in de FO-processor mogelijk voordat één XSL aan XDK wordt doorgegeven voor verdere verwerking. Hierdoor kan XSLT-optimalisatie worden toegepast op de hele XSL-hoofdsjabloon waarin alle subsjablonen al zijn opgenomen.

De standaardwaarde is 'waar'. Als u de FO-processor direct oproept, is de standaardwaarde 'niet waar'.

waar

Tijdzone rapport

Geldige waarden zijn 'Gebruiker' of 'JVM'.

Wanneer de waarde is ingesteld op 'Gebruiker', wordt in Publisher de tijdzone-instelling voor rapporten op gebruikersniveau gebruikt voor rapporten. De tijdzone voor gebruikersrapporten wordt ingesteld in de accountinstellingen van de gebruiker.

Wanneer de waarde is ingesteld op 'JVM', wordt in Publisher de tijdzone-instelling voor JVM op serverniveau gebruikt voor de rapporten van alle gebruikers. In alle rapporten wordt daardoor dezelfde tijd weergegeven, ongeacht de afzonderlijke instellingen van gebruikers. Deze instelling kan worden overschreven op rapportniveau.

Gebruiker
ACCESS_MODE instellen op FORWARD_READ in XSLT-processor Als u de eigenschap XSLT-processor van BI Publisher gebruiken op rapportniveau instelt op "12c", moet u de eigenschap ACCESS_MODE instellen op FORWARD_READ in XSLT-processor op serverniveau instellen op "niet waar" en op rapportniveau op "waar". niet waar

Versie PDF bidirectionele Unicode

Hiermee wordt de Unicode-versie (3.0 of 4.1) opgegeven die wordt gebruikt voor het weergeven van de bidirectionele strings in de pdf-uitvoer.

4,1