Terugzetten uit een snapshot

Als er iets fout gaat, kunt u gemakkelijk uw inhoud herstellen naar een eerder werkende status vanuit een snapshot. Snapshots worden ook teruggezet wanneer u inhoud migreert tussen omgevingen.

Voordat u begint, moet u deze tips voor het herstellen van snapshots lezen.

  • Wanneer u de snapshot gaat terugzetten, worden de sessies beëindigd van gebruikers die op dat moment zijn aangemeld.

  • Nadat u gegevens hebt teruggezet vanuit een snapshot, kan het even duren voordat de herstelde inhoud is vernieuwd (bijvoorbeeld ongeveer 15 tot 30 minuten voor een grote snapshot).

  • Bezorgingsschema's worden niet automatisch hersteld of geactiveerd wanneer u catalogusinhoud herstelt vanuit een snapshot. De reden hiervoor is dat u leveringen dan kunt herstellen en activeren op een moment dat voor u goed uitkomt. Zie voor meer informatie Bezorgingsschema's herstellen en activeren.

  • U kunt snapshots die in dezelfde (of een eerdere) versie zijn gemaakt terugzetten als de doelomgeving. Als u bijvoorbeeld een snapshot maakt van een Oracle Analytics omgeving die de update van mei 2022 heeft, kunt u deze terugzetten in andere Oracle Analytics omgevingen met de update van mei 2022 of een latere update (zoals die van juli 2022)

    U krijgt mogelijk onverwachte resultaten als u probeert te herstellen vanuit een snapshot die is gemaakt vanuit een recentere update van Oracle Analytics. Als u bijvoorbeeld een snapshot maakt van een Oracle Analytics omgeving die de update van september 2022 heeft, moet u deze snapshot niet herstellen in Oracle Analytics omgevingen met een eerdere update, zoals van juni 2022.

  • Wanneer u een snapshot van een andere omgeving terugzet, moet u de gegevens die aan uw op een bestand gebaseerde gegevenssets zijn gekoppeld, uploaden naar de doelomgeving.

  • U kunt snapshots maken en terugzetten met behulp van de console of de REST-API. Op de pagina 'Snapshots' in de console worden de snapshots weergegeven die u via de console maakt. Snapshots die u maakt en registreert met behulp van de REST-API worden niet weergegeven op de pagina 'Snapshots'. Zie Snapshots beheren met REST-API's.

Ga als volgt te werk om een snapshot terug te zetten:

  1. Klik op Console.
  2. Klik op Snapshots.
  3. Selecteer de snapshot die u wilt gebruiken om uw systeem terug te zetten.
  4. Klik op Snapshotacties Menu 'Snapshotacties'.
  5. Klik op Terugzetten om uw systeem terug brengen in de staat van het moment waarop de snapshot is gemaakt.
  6. Selecteer in het dialoogvenster 'Snapshot herstellen' alleen die elementen die u wilt herstellen.

    Bijvoorbeeld: mogelijk wilt u geen applicatierollen opnemen als u een snapshot herstelt van een preproductieomgeving naar een productieomgeving. Preproductierollen hebben vaak andere leden dan de productieomgeving. Als dat het geval is, selecteert u Aangepast en schakelt u het selectievakje Applicatierollen uit voordat u het herstel uitvoert.

    1. Selecteer de gewenste optie voor het herstel.
      • Alleen snapshotinhoud vervangen: alle in de snapshot opgenomen inhoudstypen (zoals weergegeven in het veld 'Beschrijving') worden vervangen door de inhoud in de snapshot.

        Bij het herstellen worden alle inhoudstypen in het doel vervangen. Als uw doel bijvoorbeeld werkmap A en B bevat en de snapshot werkmap A bevat, bestaat alleen werkmap A nog in het doel nadat u de snapshot hebt hersteld.

        Selecteer deze optie als u alleen in de snapshot aanwezige inhoudstypen wilt vervangen en geen andere in het doel bestaande inhoudstypen wilt verplaatsen of verwijderen.

      • Alles vervangen: de volledige bestaande inhoud overschrijven. De bestaande inhoud wordt vervangen door de in deze snapshot opgenomen inhoud (zoals weergegeven in het veld 'Beschrijving').

        Inhoudtypen die niet in de snapshot zijn opgenomen (op gegevenssets, plug-ins en uitbreidingen op bestandsbasis na) worden verwijderd en worden met standaardinstellingen hersteld.

      • Aangepast: selecteer alleen de inhoudtypen die wilt herstellen. U kunt herstellen met inhoud die in de snapshot is opgeslagen, of u kunt inhoud herstellen met standaardinstellingen als deze inhoud in de snapshot ontbreekt.

        • In de snapshot opgeslagen inhoud wordt weergegeven in het veld 'Beschrijving'.
        • Inhoud die niet in de snapshot is opgenomen, wordt gemarkeerd met een waarschuwingspictogram Een waarschuwingspictogram geeft aan dat er geen inhoud beschikbaar is.. Herstel inhoud die met een waarschuwingspictogram is gemarkeerd alleen als u deze inhoud met standaardinstellingen wilt herstellen.

        Als u niet alles wilt herstellen, deselecteert u alle items die u wilt behouden.

    2. Als u Aangepastselecteert, selecteert u alleen de items die wilt herstellen.
  7. Voer in verband met het uitvoeren van audits de reden in waarom u een snapshot wilt herstellen.

    Het is raadzaam een reden voor het herstel op te nemen. U wilt misschien later de herstelhistorie analyseren. Deze informatie kan u eraan helpen herinneren waarom u de snapshot hebt hersteld.

  8. Klik op Terugzetten.

    Er wordt een waarschuwing weergegeven, omdat het herstellen van een snapshot erg verstorend kan werken.

  9. Klik op Ja om de geselecteerde snapshot terug te zetten of klik op Nee om dat toch niet te doen.
  10. Wacht totdat het herstellen is voltooid en wacht daarna nog enkele minuten totdat de herstelde inhoud voor het hele systeem is vernieuwd.
    De benodigde tijd voor het herstellen van het systeem is afhankelijk van de grootte van de snapshot. Houd bij een grote snapshot rekening met ongeveer 15 tot 30 minuten.
  11. Meld u af en meld u weer aan om de herstelde inhoud te bekijken en eventuele pas herstelde applicatierollen over te nemen.