Kaartcomponenten

Een kaart bestaat uit meerdere componenten, zoals een achtergrond of sjabloonkaart en een stapel lagen die boven op elkaar worden weergegeven in een venster. Een kaart heeft een bijbehorend coördinatenstelsel dat gelijk moet zijn voor alle lagen van de kaart. De kaart kan een afbeeldingsbestand zijn, de objectrepresentatie van een afbeeldingsbestand of een URL die verwijst naar een afbeeldingsbestand.

  • Hoofdinhoud: de hoofdinhoud is de achtergrond of sjabloonkaart. Deze levert de achterliggende geografische gegevens en zoomniveaus. De hoofdinhoud kan een afbeelding zijn, zoals de plattegronden van kantoorgebouwen of het uiterlijk en de aanwezigheid van items als landen, plaatsen en wegen.
  • Lagen: een of meer interactieve of aangepaste lagen die over de hoofdinhoud heen worden gelegd.
  • Werkbalk: de werkbalk is standaard zichtbaar. U kunt op de knoppen op de werkbalk klikken om kaartinhoud rechtstreeks te bewerken. De kaartweergave zelf heeft een werkbalk. De ontwerper van de inhoud bepaalt of de werkbalk voor de kaartweergave zichtbaar is op een dashboardpagina. De werkbalk wordt op een dashboardpagina direct boven de kaart weergegeven en bevat alleen de knoppen Pannen, Uitzoomen en Inzoomen.

    De werkbalk in de kaarteditor bevat extra opties waarmee u de kaartweergave kunt wijzigen.

  • Zoombeheer: met deze besturingselementen regelt u de mate van detail van de geografische gegevens die zichtbaar zijn in de kaartweergave. Als u inzoomt op een land, ziet u provincies en plaatsen.

    De beheerder geeft op voor welke zoomniveaus elke laag zichtbaar is. U kunt meerdere zoomniveaus hebben voor één laag en u kunt één zoomniveau koppelen aan meerdere lagen. Wanneer u zoomt, wijzigt u de kaartgegevens naar dat zoomniveau. De weergave van BI-gegevens wordt hiermee echter niet gewijzigd. U kunt de weergave van gegevens wijzigen door te drillen.

    De zoombesturingselementen omvatten een schuifregelaar voor zoomen die wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de kaartweergave met een schuifknop voor grof zoomen en knoppen om per niveau te zoomen. Wanneer de zoomschuifregelaar maximaal is uitgezoomd, wordt het zoomniveau ingesteld op 0 en is de hele kaartweergave zichtbaar.

    U bepaalt de zichtbaarheid van het zoombesturingselement. Wanneer u een kaartweergave maakt, is de kaart in eerste instantie standaard ingezoomd op het hoogste zoomniveau waarop de gehele inhoud van de bovenste laag zichtbaar is. Als bijvoorbeeld de hoogste gesorteerde laag alleen gegevens bevat voor de provincie Zeeland, dan wordt de kaart ingezoomd op het hoogste zoomniveau waarop heel Zeeland nog te zien is.

  • Schaal: dit hulpmiddel wordt ook wel de afstandsindicator genoemd. Het bevat een sleutel om afstanden op de kaart in te schatten en bestaat uit twee horizontale staven die worden weergegeven in de linkerbenedenhoek van de kaartweergave, onder het informatievenster en boven de copyrightvermelding. De bovenste balk staat voor mijlen (mi) en de onderste voor kilometers (km). Labels worden weergegeven boven de mijlenstaaf en onder de kilometersstaaf met de notatie [afstand] [eenheid]. De lengte en afstandswaarde van de staven worden aangepast aan het zoomniveau en het pannen.
  • Legenda: de legenda is een halfdoorzichtig gebied in de rechterbovenhoek van de kaartweergave. U kunt de legenda desgewenst verbergen. De legenda toont informatie die betrekking heeft op het huidige zoomniveau. De legenda biedt een alleen-lezen sleutel voor symbolen, lagen en opmaak van de kaart en bevat alle zichtbare opmaaktypen die op de kaart worden toegepast. Als een bepaalde opmaak wordt uitgeschakeld, wordt het bijbehorende legenda-item verborgen. Als een opmaak wordt ingeschakeld, maar niet zichtbaar is vanwege het zoomniveau, wordt deze niet weergegeven in de legenda. De legenda bevat een bericht dat er geen opmaak is gedefinieerd voor het huidige zoomniveau als er geen opmaak is gedefinieerd op het huidige zoomniveau.

    Wanneer u een opmaak in de kaart selecteert, wordt het bijbehorende legenda-item gemarkeerd. Markeringen hebben verschillende niveaus van gedetailleerdheid, afhankelijk van de geselecteerde opmaak (een taartgrafiek heeft bijvoorbeeld niet het detailniveau van kleuropvulling).

    U regelt de zichtbaarheid van de legenda met de knoppen Kaartlegenda uitvouwen en Kaartlegenda samenvouwen in de rechterbovenhoek.

  • Overzichtskaart: de overzichtskaart bestaat uit een miniatuurweergave van de hoofdkaart en wordt weergegeven in de rechterbenedenhoek van de hoofdkaart. Deze overzichtskaart biedt regionale context.

    Het dradenkruis wordt weergegeven als klein venster dat u over de miniatuurweergave van de hoofdkaart kunt bewegen. De positie van het dradenkruis op de miniatuurkaart bepaalt het zichtbare gedeelte van de hoofdkaart. Terwijl u het dradenkruis verplaatst, wordt de hoofdkaart automatisch bijgewerkt. U kunt ook in de overzichtskaart pannen zonder het dradenkruis te gebruiken.

    De overzichtskaart wordt automatisch verborgen als het dradenkruis niet kan worden getoond. Dit gebeurt wanneer het schaalverschil tussen opeenvolgende zoomniveaus te klein is om weer te geven in de miniatuurweergave van de overzichtskaart.

  • Interactief deelvenster: in de bovenste sectie van het interactieve deelvenster kunt u BI-gegevensopmaaktypen maken en bewerken in de analyse-editor. Als een opmaak drempels heeft die kunnen worden bewerkt, wordt een schuifregelaar weergegeven in de kaarteditor. Met deze schuifregelaar kunt u de drempels bewerken door de schuifregelaar te verslepen. In het interactieve paneel kunt u opmaaktypen op een geografische laag herschikken. Als de laag 'Provincies' bijvoorbeeld drie opmaaktypen heeft, kunt u de volgorde selecteren waarin de opmaaktypen worden weergegeven.

    Wanneer functie-info wordt weergegeven terwijl u de cursor over een kaartgebied beweegt, wordt het bijbehorende detail bijgewerkt en gemarkeerd in het interactieve paneel.

    Gebruikers van dashboards kunnen de zichtbaarheid van opmaaktypen regelen door een opmaaktype in of uit te schakelen en kunnen drempels voor opmaak wijzigen als dit is toegestaan door de ontwerper van de inhoud.

    In de onderste sectie van het paneel vindt u het functielaaggebied. Hier kunt u niet-BI-lagen selecteren om aan de kaart toe te voegen. Een niet-BI-laag is niet aan een BI-kolom gekoppeld. Het is niet mogelijk om niet-BI-lagen op te maken.