Gegevensstromen opnieuw gebruiken

U kunt een gegevensstroom zo configureren dat gebruikers tijdens de runtime wordt gevraagd een gegevensbron of gegevensdoel op te geven, waardoor u de gegevensstroom met verschillende gegevensbronnen en -doelen opnieuw kunt gebruiken.

In dit voorbeeld is er een gegevensstroom zo geconfigureerd dat de gebruiker tijdens de runtime wordt gevraagd een invoergegevensset op te geven. In het dialoogvenster 'Prompt gegevensstroom' klikt de gebruiker op de prompt Luchtvaartanalyse om het dialoogvenster Gegevens toevoegen weer te geven. Hier kan de gebruiker een gegevensset voor verwerking selecteren.

  1. Klik op de beginpagina achtereenvolgens op Navigator Pictogram Navigator dat gebruikt wordt om de Navigator weer te geven, op Gegevens en op Gegevensstromen.
  2. Open uw gegevensstroom.
  3. Om de gebruiker te vragen tijdens de runtime een invoergegevensset op te geven doet u het volgende:
    • Selecteer de stap 'Gegevens toevoegen: <Naam>' (meestal de eerste node in de gegevensstroom) en selecteer de optie Wanneer prompt uitvoeren om gegevensset op te geven in het venster 'Stapeditor'. Geef vervolgens een prompt op om de gebruiker uit te leggen wat te doen.
  4. Om de gebruiker te vragen tijdens de runtime een uitvoergegevensset of kubus op te geven doet u het volgende:
    • Selecteer voor gegevenssets de stap 'Gegevens toevoegen: <Naam>' (meestal de eerste node in de gegevensstroom) en selecteer de optie Wanneer prompt uitvoeren om gegevensset op te geven in het venster 'Stapeditor'. Geef vervolgens een prompt op om de gebruiker uit te leggen wat te doen tijdens de runtime.
    • Selecteer voor Essbase kubussen de stap 'Essbase kubus maken' en selecteer de optie Wanneer prompt uitvoeren om gegevensset op te geven in het venster 'Stapeditor'. Geef vervolgens de waarden voor Kubus, Applicatie en Prompt op om te gebruiken tijdens de runtime.