Informatie over de indelingstypen die van toepassing zijn op kaartlagen.

Een kaartweergave is gebaseerd op kolommen met BI-gegevens. Elke kolom heeft een set eigenschappen die de kenmerken van de kolom definiëren, zoals opmaak en interactie. Elke indeling die wordt toegepast op een kolom, wordt niet toegepast op de kaart, met uitzondering van de instellingen voor interactie. Eventuele van de kaartdrempels afkomstige opmaak wordt toegepast.

U kunt verschillende opmaaktypen toepassen op kaartweergaven en BI-lagen. Het is niet mogelijk om niet-BI-lagen op te maken. U kunt verschillende opmaaktypen definiëren om op BI-lagen toe te passen.

Veld Beschrijving

Kleuropvulling

Hiermee wordt het dialoogvenster 'Kleuropvulling (laag)' weergegeven, waarin u gebieden kunt weergeven in opvulkleuren die aangegeven dat een gebied aan een bepaalde voorwaarde voldoet.

Opmaak in de vorm van kleuropvulling geldt voor regio's of veelhoeken. Een kleuropvulling kan een reeks kleuren aanduiden die staat voor de populatie in de provincies van een regio of de populariteit van een product in de provincies van een regio. Een kaartweergave kan meerdere kleuropvullingen bevatten die zichtbaar zijn bij verschillende zoomniveaus. Een kleuropvulling voor de laag bij de zoomniveaus 1-5 kan de populatie van een provincie aanduiden, en het gemiddelde inkomen per stadsregio voor de laag bij zoomniveaus 6-10. U kunt ook verschillende kleuren opgeven om een bereik met gegevenswaarden aan te duiden.

Staafgrafiek

Hiermee wordt het dialoogvenster 'Staafgrafiek (laag)' weergegeven, waarin u een reeks gegevens kunt weergeven als een staafgrafiek binnen een gebied. Een grafiekelement op een laag kan statistische gegevens tonen met betrekking tot een bepaalde regio, zoals een provincie of district. In een grafiekelement kunt u bijvoorbeeld de verkoopcijfers voor diverse producten weergeven in een provincie.

U kunt weliswaar meerdere grafiekelementen maken voor een bepaalde laag, maar dit wordt niet aangeraden. De grafiekelementen kunnen elkaar overlappen op de laag en dat is niet gewenst.

Taartgrafiek

Hiermee wordt het dialoogvenster 'Taartgrafiek (laag)' weergegeven, waarin u een reeks gegevens kunt weergeven als een taartgrafiek binnen een gebied.

Vorm

Hiermee wordt het dialoogvenster 'Variabele vorm (laag)' weergegeven, waarin u een aan een gebied gekoppelde eenheidkolom kunt weergeven door markeringen of vormen in de regio te tekenen. U kunt ook verschillende kleuren opgeven voor de vorm om een reeks gegevenswaarden aan te duiden.

Bel

Hiermee wordt het dialoogvenster 'Bel (laag)' weergegeven, waarin u een bel binnen een gebied kunt weergeven, vergelijkbaar met het opmaaktype 'Vorm'.

Afbeelding

Hiermee wordt het dialoogvenster 'Afbeelding (laag)' weergegeven, waarin u een afbeelding binnen een gebied kunt weergeven, vergelijkbaar met het opmaaktype 'Vorm'. U kunt verschillende afbeeldingen opgeven om een reeks gegevenswaarden aan te duiden. U selecteert afbeeldingen die door de beheerder zijn opgegeven.

Lijn

Hiermee wordt het dialoogvenster 'Lijn (laag)' weergegeven, waarmee u een lijn op een kaart kunt weergeven.

U kunt lijnen opnemen in kaarten om paden aan te duiden zoals snelwegen, spoorlijnen en verzendroutes. U kunt de dikte van lijnen opgeven en met de functionaliteit 'Regelterugloop kaart' in het dialoogvenster 'Kaarteigenschappen' aangeven dat lijnen ononderbroken mogen zijn, zoals bij het weergeven van een vluchtroute van San Francisco naar Tokio.

U kunt de breedte van een lijn per eenheid variëren om een kenmerk te accentueren.

Aangepast punt

Hiermee wordt het opmaak-dialoogvenster 'Aangepast punt (laag)' weergegeven, waarin u een puntopmaak kunt weergeven, zoals een bel, afbeelding of vorm in een laag. Aangepaste punten zijn zichtbaar op alle zoomniveaus en worden weergegeven boven op alle andere opmaaktypen. Wanneer u een aangepast punt maakt, selecteert u kolommen om de geografische lengte en breedte op te geven