Aangepaste kaartlagen bijwerken

U kunt aangepaste kaartlagen beheren.

  1. Klik op de beginpagina op Navigator Pictogram Navigator dat gebruikt wordt om de Navigator weer te geven en klik vervolgens op Console.
  2. Klik achtereenvolgens op Kaarten, Kaartlagen en Aangepaste kaartlagen.
  3. Als u een aangepaste kaartlaag wilt opnemen in of uitsluiten van de beschikbare kaartlagen, klikt u op het vinkje Het pictogram van een vinkje waarop u klikt om een aangepaste kaartlaag op te nemen of uit te sluitenvoor de betreffende laag. Als u bijvoorbeeld us_states_hexagon_geo wilt uitsluiten op kaarten, klikt u op het vinkje voor de laag om die te deactiveren en uit te sluiten van zoekacties.
  4. Klik op Opties en maak een keuze uit de volgende opties:
    1. Optioneel: Als u instellingen voor de aangepaste kaartlaag wilt wijzigen, selecteert u Inspecteren.

      U kunt de naam, beschrijving en laagsleutels opgeven en een afbeelding of kaart kiezen die u wilt gebruiken als standaardachtergrond voor deze laag.

    2. Optioneel: Als u een JSON-bestand nogmaals wilt uploaden, selecteert u Opnieuw laden.
    3. Optioneel: Als u het JSON-bestand lokaal wilt opslaan, selecteert u Downloaden.
    4. Optioneel: Als u de aangepaste kaartlaag wilt verwijderen, selecteert u Verwijderen.