Weergaven van het type 'Lange beschrijving' bewerken

In een weergave van het type 'Lange beschrijving' worden resultaten over gegevens weergegeven in de vorm van een of meer alinea's tekst. U gebruikt een weergave van het type 'Lange beschrijving' om informatie te bieden, zoals context, uitleg of uitgebreide beschrijvingen samen met kolomwaarden.

U kunt diverse taken uitvoeren in de editor voor weergaven van het type 'Lange beschrijving'.

  • Een zin typen met plaatsaanduiding voor elke kolom in de resultaten

  • Opgeven hoe rijen moeten worden gescheiden

  • Kosmetische opmaak toepassen op de lettertypen die worden gebruikt in de weergave 'Lange beschrijving', of de lettertypeopmaak importeren uit een opgeslagen bestand

  • Verwijzingen toevoegen aan variabelen

  1. Open de analyse die u wilt bewerken.
  2. Klik op het tabblad Resultaten.
  3. Klik op Weergaven bewerken om de editor voor weergaven van het type 'Lange beschrijving' weer te geven.
  4. Als u beheerdersrechten hebt en inhoud in de weergave van het type 'Lange beschrijving' wilt opmaken met geldige HTML-markup, zoals JavaScript, selecteert u Bevat HTML-markup.
  5. Voer in het veld Prefix de koptekst voor de lange beschrijving in.

    Deze tekst verschijnt aan het begin van de lange beschrijving.

  6. Voer in het vak Lange beschrijving de beschrijving in die voor elke rij in de resultaten wordt weergegeven.

    U kunt tekst en kolomwaarden opnemen. Plaats een regeleindecode aan het eind van dit veld om ervoor te zorgen dat elke regel met tekst en waarden op zijn eigen regel komt.

    Als u kolomwaarden wilt opnemen, gebruikt u het apenstaartje (@), eventueel gevolgd door een getal. Met één apenstaartje geeft u de eerste kolom aan. Wanneer u meerdere apenstaartjes opneemt, komt het eerste overeen met de eerste kolom, het tweede met de tweede kolom, enzovoort.

    Gebruik @n om de resultaten op te nemen uit de desbetreffende kolom in de beschrijving. Met @1 voegt u bijvoorbeeld de resultaten uit de eerste kolom in de analyse in, met @3 de resultaten uit de derde kolom.

    Bijvoorbeeld: voor een analyse met de regionaam in de tweede kolom geeft u @2 op om de volgende waarden in de weergave op te nemen: regio 'Oost' en regio 'West'.

  7. In het veld Rijscheidingsteken voert u een rijscheidingsteken in voor elke regel in het veld 'Lange beschrijving' dat waarden bevat. U kunt bijvoorbeeld een reeks plustekens (+) opgeven tussen elke regel.
  8. In het veld Weer te geven rijen geeft u op hoeveel rijen per kolom u wilt weergeven.

    Als u de waarden van de eerste 5 rijen van de kolom wilt weergeven, dan geeft u 5 op. Voor een hiërarchische kolom kunt u selectiestappen gebruiken om hiërarchieniveaus weer te geven bij de hiërarchische kolom. U kunt bijvoorbeeld een stap maken om leden te selecteren op basis van hiërarchie en leden toe te voegen van het opgegeven niveau. Een hiërarchieniveau geldt als een rij.

  9. In het veld Suffix voert u de voettekst voor de beschrijving in. Zorg dat de lange beschrijving eindigt op een regelonderbreking, of dat de voettekst begint met een regelonderbreking.
  10. Klik op Gereed