Dimensies en onderdelen draaien

Draaien verandert de richting van de gegevens in het werkblad. U kunt dimensies en onderdelen verplaatsen tussen rijen en kolommen en tussen het raster en de POV.

Door dimensies en onderdelen tussen rijen, kolommen en POV's te draaien, kunt u gegevens vanuit verschillende perspectieven bekijken, vergelijkingen naast elkaar maken en patronen identificeren om de gegevens beter te interpreteren. U kunt gegevens op de volgende manieren draaien:

Richtlijnen voor het draaien tussen rijen, kolommen en POV's

Houd rekening met de volgende richtlijnen bij het draaien van dimensies en onderdelen:

  • Wanneer u draait tussen rijen en kolommen, wordt de geselecteerde dimensie in Smart View verplaatst naar de buitenste rij of kolom op de tegenoverliggende as. Wanneer u bijvoorbeeld een dimensie naar een rij draait, wordt de dimensie boven aan het raster geplaatst.
  • Dit kan alleen als de rij of kolom met de dimensie die u wilt draaien, (onderdelen van) twee of meer dimensies bevat. Dat houdt in dat u de laatste rij- of kolomdimensie in een raster niet kunt draaien.
  • Het raster moet altijd minimaal twee dimensies bevatten: één rijdimensie en één kolomdimensie. Wanneer een raster slechts één rijdimensie en één kolomdimensie bevat, moet u de vervangingsdimensie eerst naar het raster draaien voordat u een dimensie uit het raster kunt draaien. Als u bijvoorbeeld de rijdimensie uit het raster wilt draaien, draait u eerst de vervangingsrijdimensie naar het raster. Vervolgens draait u de vereiste rijdimensie uit het raster.
  • Wanneer u een onderdeel draait, worden de overige onderdelen in de bijbehorende dimensie ook gedraaid.
  • De POV kan elk gewenst aantal dimensies bevatten.
  • Na het draaien van de laatste dimensie van de POV naar het raster, wordt het POV-venster verborgen. U kunt het POV-venster altijd opnieuw openen om het opnieuw weer te geven.
  • Wanneer een gemeenschappijk onderdeel wordt gedraaid uit het raster naar de dropdownlijst 'POV', wordt de volledig gekwalificeerde naam van het gemeenschappijk onderdeel getoond in de dropdownlijst, in plaats van de aliasnaam die eerder vóór het draaien in het raster werd getoond. Hiermee kunt u gemeenschappelijke onderdelen met niet-unieke namen eenvoudig identificeren bij het maken van een selectie in de dropdownlijst 'POV'.
  • Bij het wisselen tussen meerdere bladen, kunt u Synchroniseren of Vernieuwen gebruiken om de POV-dimensies te synchroniseren die specifiek voor het huidig actieve blad zijn. Zie Het POV-venster synchroniseren met het actieve blad voor meer informatie.
  • U kunt onderdelen draaien door ze te selecteren in de POV, zoals beschreven in Onderdelen selecteren uit een POV-dimensie.
  • Als u Google Sheets-opmaak gebruikt, kan de opmaak van onderdelen en numerieke waarden na draaibewerkingen onverwacht worden gewijzigd. Namen van onderdelen kunnen bijvoorbeeld gecentreerd zijn terwijl numerieke waarden links worden uitgelijnd. U kunt het raster opnieuw instellen op de juiste opmaak met behulp van de Google Sheets-opmaakopties. Zie voor meer informatie: Ad-hocrasters opmaken.