U kunt een presentatievariabele maken wanneer u een kolom- of variabeleprompt maakt.
| Type | Beschrijving |
|---|---|
|
Kolomprompt |
Een presentatievariabele die wordt gemaakt als onderdeel van een kolomprompt wordt gekoppeld aan een kolom. De waarden die deze variabele kan hebben, zijn afkomstig van de kolomwaarden. Als u een presentatievariabele wilt maken als onderdeel van een kolomprompt, selecteert u in het dialoogvenster 'Nieuwe prompt' de waarde Presentatievariabele in het veld Een variabele instellen. Voer in het veld Variabelenaam een naam in voor de variabele. |
|
Variabeleprompt |
Een presentatievariabele die wordt gemaakt als onderdeel van een variabeleprompt wordt niet gekoppeld aan een kolom. U definieert zelf de waarden die de prompt kan hebben. Als u een presentatievariabele wilt maken als onderdeel van een variabeleprompt, selecteert u in het dialoogvenster 'Nieuwe prompt' de waarde Presentatievariabele in het veld Prompt voor. Voer in het veld Variabelenaam een naam in voor de variabele. |
De waarde van de presentatievariabele wordt ingevuld door de kolomprompt of variabeleprompt waarmee deze is gemaakt. Dit houdt in dat telkens wanneer een gebruiker een of meer waarden selecteert in de kolomprompt of variabeleprompt, de waarde van de presentatievariabele wordt ingesteld op de waarde of waarden die de gebruiker selecteert.