Zoomen in kaartweergaven

Door te zoomen kunt u het detailniveau van de op de kaart weergegeven geografische gegevens aanpassen.

Als u inzoomt op een land, ziet u bijvoorbeeld provincies en plaatsen. Als u uitzoomt op een straat, ziet u plaatsen maar geen gegevens op straatniveau. Bij een hoofd-detailkoppeling wordt in de kaartweergave gefocust op het detailelement dat in de hoofdweergave is geselecteerd.

U kunt op verschillende manieren zoomen:

  • Klik op de kaartachtergrond. Als u wilt zoomen met behulp van klikken, moet u eerst op de werkbalk de modus 'Zoomen' selecteren. De standaardmodus is 'Pannen', die wordt aangeduid met een cursor in de vorm van een handje. In de modus 'Zoomen' verandert de muisaanwijzer in een vergrootglas en kunt u direct op de kaart zelf klikken om te zoomen.

    Wanneer u inzoomt, kunt u eenmaal klikken of klikken en slepen om marqueezoomen te gebruiken. U kunt een vak tekenen dat het gebied aanduidt waarin u wilt zoomen.

  • Als u met de cursor over een gebied op de kaart gaat, wordt er een informatievenster voor dat gebied weergegeven met de gegevens die zich direct onder de cursor bevinden.

  • Klik om in en uit te zoomen. Wanneer u klikt, wordt de kaart één niveau ingezoomd met de kliklocatie als middelpunt.

Zoomen is niet hetzelfde als drillen. Wanneer u zoomt, wordt er geen drill uitgevoerd (dat wil zeggen, er wordt geen nieuwe zoekvraag verzonden). Maar als u drillt in een kaartlaag, is het resultaat waarschijnlijk dat er een nieuw zoomniveau wordt weergegeven, als er een nieuwe laag aan de kaart wordt toegevoegd. Als er geen nieuwe laag wordt toegevoegd, verandert het zoomniveau niet.

U kunt zoomen met behulp van de knoppen op de werkbalk of de zoomschuifregelaar. Wanneer u de zoomschuifregelaar gebruikt, zoomt u in of uit op de kaart zoals die op dat moment wordt weergegeven. Wanneer u de cursor over de zoomschuifregelaar beweegt, worden de namen van de kaartlagen naast het middelste zoomniveau van die lagen weergegeven. Klik op een naam om de kaart naar het bijbehorende niveau te zoomen. Wanneer u zoomt, wordt er geen nieuwe zoekvraag verzonden.

In kaartweergaven kunt u inzoomen met werkbalkknoppen of de schuifregelaar gebruiken:
  • Als u wilt zoomen met de hulpmiddelen, klikt u op de werkbalk op de knop Inzoomen of Uitzoomen. Klik vervolgens op de kaartachtergrond om op die plek in of uit te zoomen.
    Als u inzoomt, kunt u klikken en slepen om een rechthoek te tekenen om het gebied op te geven waarin u wilt zoomen.
  • Als u wilt zoomen met de knoppen op de schuifregelaar, klikt u op het plus- of minteken op de uiteinden van de schuifregelaar.
    U kunt ook de cursor over de schuifregelaar bewegen en op de naam van het gewenste niveau klikken.