Pannen in kaartweergaven

U pant met behulp van de werkbalk van de kaart en u kunt zowel in de hoofdkaart als in de overzichtskaart pannen. U kunt ook het dradenkruis in de overzichtskaart gebruiken om te schuiven door de kaart.

Pannen is de standaardmodus voor de kaartweergave en in de panmodus heeft de cursor de vorm van een handje. Als de functie 'Pannen' is geselecteerd, kunt u op verschillende manier in de kaart verplaatsen:

  • Klikken en slepen op de achtergrond van de kaart.

  • Als u met de cursor over een gebied op de kaart gaat, wordt er een informatievenster voor dat gebied weergegeven met de gegevens die zich direct onder de cursor bevinden.

  • Klik om een informatievenster weer te geven. Het informatievenster kan worden gebruikt om te drillen of om een detailweergave bij te werken.

  • Dubbelklikken op de kaart om te zoomen.

Als u met de functie 'Pannen' in een kaartweergave wilt pannen, klikt u op de knop Pannen op de werkbalk en klikt u vervolgens op de kaartachtergrond om deze te slepen en op de juiste locatie neer te zetten.