Werkmappersonalisatie in- of uitschakelen in 'Presenteren'

Wanneer u een presentatiestroom ontwerpt, kunt u opgeven of consumenten filterpersonalisaties en statuswaarden van werkmappen kunnen gebruiken.

Zie Filterpersonalisaties en statuswaarden van werkmappen voor informatie over de werking van filterpersonalisaties en statuswaarden van werkmappen.

Uw beheerder kan werkmappersonalisatie voor de hele organisatie via de systeeminstellingen deactiveren. In dit geval kunt u geen personalisatie voor uw werkmap inschakelen. Zie voor meer informatie: Systeeminstellingen: personalisatie in werkmappen activeren.

  1. Beweeg op de beginpagina de muisaanwijzer boven een werkmap, klik op Acties en selecteer Openen.
  2. Klik op Presenteren.
  3. Klik op de pagina Presenteren op het tabblad Werkmap.
  4. Klik op Personalisatie om deze in te schakelen:
    • Aan: hiermee worden statuswaarden van werkmappen geactiveerd zodat consumenten deze kunnen gebruiken.
    • Aan: hiermee worden statuswaarden van werkmappen gedeactiveerd zodat consumenten deze niet kunnen gebruiken.
  5. Klik op Opslaan.