Actieve verbinding instellen voor een werkblad

U kunt verbinding maken met verschillende leveranciers van gegevensbronnen op verschillende bladen in dezelfde spreadsheet door voor elk werkblad de actieve verbinding in te stellen.

Het dialoogvenster Actieve verbindingen geeft de lijst met verbindingen weer die actief zijn in de sessie. Met actieve verbindingen kunt u de vereiste verbinding selecteren en de volgende acties ondernemen:

Note:

  • Stel, voordat u begint, verbindingen in voor alle gegevensbronnen waarmee u in de spreadsheet wilt werken, zodat ze in de lijst Actieve verbindingen worden weergegeven.
  • Als u een sessie wist door te klikken op Sessie wissen in het venster Verbinden, worden de lijst met actieve verbindingen in die sessie en de sessies die in de lijst Actieve verbindingen worden weergegeven ook gewist.

Een actieve verbinding instellen voor een nieuw blad

U kunt een verbinding op een nieuw blad opzetten door er een uit de lijst met reeds actieve verbindingen te selecteren. Met de optie Beginpagina starten kunt u de actieve verbinding instellen en de beginpagina opstarten om de bijbehorende bibliotheekinhoud te bekijken.

Een actieve verbinding voor een nieuw blad instellen:

  1. Open een nieuw werkblad.
  2. Selecteer in het menu Extensies de optie Smart View for Google Workspace en selecteer vervolgens Actieve verbindingen onder Start.
  3. Klik in het dialoogvenster Actieve Verbindingen op de lijst Server-URL om de lijst met actieve verbindingen te bekijken en de vereiste verbinding te selecteren.
    hiermee wordt het dialoogvenster 'Actieve verbindingen' en de knop 'Beginpagina starten' weergegeven.
  4. Selecteer in het veld Applicatie en het veld Kubus de vereiste applicatie en kubus waarmee u verbinding wilt maken.
  5. Klik op Beginpagina opstarten.

    De verbinding is opgezet en de Beginpagina van Smart View wordt geopend om de bibliotheekinhoud van de verbonden gegevensbron weer te geven.

Actieve verbinding instellen voor een bestaand werkblad

U kunt de huidige verbinding op een bestaand blad wijzigen door een andere verbinding uit de reeds actieve verbindingen in te stellen en door te gaan met rasterbewerkingen op de rastergegevens die met de nieuwe verbinding zijn opgehaald.

Uw verkoopgegevens voor verschillende regio's vindt u bijvoorbeeld in verschillende gegevensbronnen. U bent in de huidige sessie al verbonden met de gegevensbronnen van de noord- en zuidregio's. Op blad 1 evalueert u het formulier Actuele maandelijkse verkoop dat de verkoopgegevens van de noordregio bevat en verbonden is met de gegevensbron van de noordregio. Nu wilt u dezelfde gegevens voor de zuidregio bekijken. In plaats van een nieuw blad te openen en het relevante formulier opnieuw uit de bibliotheek te openen, kunt u de verbinding op het bestaande blad wisselen om de gegevens van de gegevensbron uit de zuidregio in hetzelfde formulier weer te geven.

Met de optie Verbinding voor blad instellen kunt u een actieve verbinding instellen voor rasterbewerkingen die worden uitgevoerd. Deze optie is handig om meerdere rasters van meerdere verbindingen in hetzelfde blad te plaatsen. Zie Werkbladen met meerdere rasters maken voor meer informatie.

Een actieve verbinding voor een bestaand blad instellen:

  1. Open het bestaande blad met het formulier of ad-hocraster waarvoor u de verbinding in een van de actieve verbindingen wilt wijzigen.
  2. Selecteer in het menu Extensies de optie Smart View for Google Workspace en selecteer vervolgens Actieve verbindingen onder Start.
  3. Klik in het dialoogvenster Actieve verbindingen op de lijst Server-URL om de lijst met actieve verbindingen te bekijken en de vereiste verbinding te selecteren.
    Hiermee wordt het dialoogvenster 'Actieve verbindingen' getoond met het veld 'Server-URL', het veld 'Applicatie' en de knop 'Verbinding voor blad instellen'.
  4. Optioneel: als u de actieve verbinding voor een formulier instelt, wordt de applicatienaam waarmee u verbinding maakt, in het veld Applicatie getoond. U kunt de vereiste applicatie selecteren in het veld Applicatie.
  5. Optioneel: als u de actieve verbinding voor een ad-hocraster instelt, worden de applicatienaam en de kubusnaam waarmee u verbinding maakt, respectievelijk weergegeven in het veld Applicatie en het veld Kubus. U kunt de vereiste applicatie en kubus waarmee u verbinding wilt maken, selecteren in het veld Applicatie en het veld Kubus.
    Hiermee worden het veld 'Applicatie' en de lijst 'Kubus' uitgevouwen in het dialoogvenster 'Actieve verbindingen' getoond.
  6. Klik op Verbinding voor blad instellen.

    Het volgende bericht verschijnt: "U hebt een nieuwe verbinding toegepast op een raster dat aan een andere verbinding was gekoppeld. Wilt u doorgaan?".

    Klik in het bericht op Ja. Het blad is nu verbonden met de geselecteerde actieve verbinding.

  7. Selecteer in het menu Extensies de optie Smart View for Google Workspace en selecteer vervolgens Vernieuwen om het formulier of raster op het bestaande blad te vernieuwen met gegevens van de geselecteerde actieve verbinding.