Werken met gegevenswerkbladen in Cube Designer

U kunt gegevenswerkbladen in het ontwerperpaneel maken voor nieuwe of bestaande applicatiewerkboeken. U kunt ook de weergave van dimensies en onderdelen in nieuwe of bestaande gegevenswerkbladen bewerken.

Ga als volgt te werk om een nieuw gegevenswerkblad aan te maken:

  1. Selecteer het tabblad Gegevens in het ontwerperpaneel.
  2. Voer in het veld Informatiebladen een naam in voor het nieuwe gegevenswerkblad.
  3. Selecteer in Bladsoort het soort blad dat u wilt maken:
    • Gegevensdimensie

      In een gegevensdimensieblad worden dimensies weergegeven in de kolomkopteksten. Deze geven de onderdeelcombinaties aan waarnaar de gegevens moeten worden geladen. De meest rechtse kolommen zijn de gegevenskolommen. Met de kopteksten van gegevenskolommen worden onderdelen van de gegevensdimensie opgegeven. Dit is de dimensie waarnaar u gegevens laadt. De gegevenswaarden bevinden zich in de gegevenskolomrijen.

    • Plat

      In een plat blad wordt elke dimensie weergegeven in een kolomkoptekst. De laatste kolom, *Data* bevat de gegevenswaarden voor de opgegeven onderdeelcombinaties.

    • Sandbox

      In een sandboxblad wordt elke dimensie weergegeven in een kolomkoptekst. De eerste dimensie is Dimension.Sandbox. In de laatste drie kolomkopteksten worden onderdelen van de dimensie 'CellProperties' weergegeven: EssValue, EssStatus en EssTID. Wijzig de kolommen 'EssValue', 'EssStatus' en 'EssTID' niet omdat deze voor interne doeleinden zijn. Het is belangrijk dat ze niet worden gewijzigd.

  4. Druk op Enter.
  5. Optioneel: bewerk de gegevenslay-out. Wijzig de volgorde van de dimensiekolommen en (alleen voor het bladsoort 'Gegevensdimensie') selecteer onderdelen en stel de volgorde hiervan in. Zie de volgende secties in dit onderwerp voor instructies.
  6. Selecteer Naar blad Afbeelding van het pictogram 'Naar blad' in het paneel van Cube Designer.

    Nadat u een bladsoort hebt geselecteerd en daarna Naar werkblad of Van werkblad hebt geselecteerd, kunt u het bladsoort niet meer wijzigen via het ontwerperpaneel.

Er wordt een nieuw gegevenswerkblad gemaakt in het applicatiewerkboek.

Ga als volgt te werk om de volgorde van dimensies in het gegevenswerkblad te wijzigen:

  1. Selecteer het tabblad Gegevens in het ontwerperpaneel.
  2. Selecteer in Gegevensbladen het blad dat u wilt bewerken.
  3. Selecteer in Dimensiekolomvolgorde de dimensie die u wilt verplaatsen.
  4. Met de pijlen omhoog en omlaag kunt u de dimensie verplaatsen.
  5. Selecteer Naar blad Afbeelding van het pictogram 'Naar blad' in het paneel van Cube Designer om uw wijzigingen toe te voegen aan het geselecteerde tabblad Gegevens in het werkblad.

Ga als volgt te werk om de volgorde van onderdelen in het gegevenswerkblad (alleen bladsoort 'Gegevensdimensie') te wijzigen:

  1. Selecteer het tabblad Gegevens in het ontwerperpaneel.
  2. Selecteer in Gegevenskolommen het onderdeel dat u wilt verplaatsen.
  3. Met de pijlen omhoog en omlaag kunt u het onderdeel verplaatsen.
  4. Selecteer Naar blad Afbeelding van het pictogram 'Naar blad' in het paneel van Cube Designer om uw wijzigingen toe te voegen aan het geselecteerde tabblad Gegevens in het werkblad.

Ga als volgt te werk om de onderdelen te selecteren die in een gegevenswerkblad (alleen bladsoort 'Gegevensdimensie') moeten worden weergegeven:

  1. Selecteer het tabblad Gegevens in het ontwerperpaneel.
  2. Klik op Onderdeelselectie.
  3. Schakel in Onderdeelselectie de selectievakjes in bij de onderdelen die u wilt weergeven en uit bij onderdelen die u niet wilt weergeven.
  4. Klik op OK.
  5. Selecteer Naar blad Afbeelding van het pictogram 'Naar blad' in het paneel van Cube Designer om uw wijzigingen toe te voegen aan het geselecteerde tabblad Gegevens in het werkblad.

Als u gegevenswerkbladen aan een bestaand applicatiewerkboek wilt toevoegen, gaat u naar het tabblad Gegevens in het ontwerperpaneel. Klik op Van blad Afbeelding van het pictogram 'Van blad' in het ontwerperpaneel en ga verder met de stappen in dit onderwerp.