Uw analysen dynamisch maken

U kunt opgeven welke actie moet worden uitgevoerd als een gebruiker op een kolomkop of -waarde in een analyse klikt. Bijvoorbeeld: u kunt opgeven dat wanneer een gebruiker op de kolomwaarde 'Product' klikt, er wordt gedrild naar de opgetelde gegevens om de kolomwaarde te maken.

Interactiviteit toevoegen aan analysen

U kunt weergaven interactiever maken door de interacties toe te voegen die beschikbaar zijn wanneer een gebruiker met de linkermuisknop in een weergave klikt of met de rechtermuisknop klikt om een pop-upmenu weer te geven. Bijvoorbeeld: u kunt de primaire standaardinteractie (klikken met de linkermuisknop) voor een kolom met geografische regio's opgeven als Drillen. Hierdoor kunnen gebruikers omlaag drillen naar subregio's.

Voor hiërarchische gegevens is de standaardinteractie bij een klik met de linkermuisknop inzoomen op de details van de gegevens. U kunt opties voor een klik met de rechtermuisknop toevoegen, bijvoorbeeld om een webpagina of koppeling naar een weergave weer te geven.

  1. Open de analyse die u wilt bewerken.
  2. Klik in het deelvenster 'Geselecteerde kolommen' naast de kolomnaam op Opties en selecteer vervolgens Kolomeigenschappen.
  3. Klik in het dialoogvenster 'Kolomeigenschappen' op het tabblad 'Interactie'.
    U kunt interacties opgeven voor de kolomkop en gegevenswaarden.
  4. Klik op Primaire interactie naast Kolomkop of Waarde en selecteer het gewenste gedrag. Selecteer bijvoorbeeld 'Geen' om de actie te deactiveren of selecteer 'Drillen' om meer details weer te geven.
    • Gebruik 'Geen' om alle interacties voor de kolom te deactiveren.
    • Gebruik Drillen om een dieper niveau van gedetailleerde inhoud weer te geven als de gegevens hiërarchisch zijn. Als er geen hiërarchie is geconfigureerd voor de kolom, is drillen niet geactiveerd.
    • Gebruik Actiekoppelingen om een webpagina te openen of naar ondersteunende BI-inhoud te gaan.
    • Gebruik Hoofd-detailevents versturen om weergaven te koppelen zodat een bepaalde weergave de wijzigingen in een of meer andere weergaven bepaalt.
  5. Klik op OK.

    Als u met de rechtermuisknop op een dashboardkolom of gegevenscel klikt, kunt u opgeven welke interacties beschikbaar zijn tijdens runtime. Hier volgt een voorbeeld van de beschikbare interacties als u met de rechtermuisknop op een productnaam klikt in de kolom 'Producten'. Deze kolom bevindt zich in een tabel met de best presterende producten op basis van de opbrengsten.

    Van de getoonde selecties kunt u Drillen, Groep maken en Berekend item maken instellen.

Interacties beschikbaar maken

Als u interacties toevoegt aan analysen, maakt u deze interacties vervolgens voor anderen beschikbaar in pop-upmenu's.

  1. Open de analyse die u wilt bewerken.
  2. Klik op het tabblad Criteria of het tabblad Resultaten.
  3. Klik op de werkbalk op Analyse-eigenschappen bewerken.
  4. Klik op het tabblad Interacties.
  5. Selecteer de interacties die u beschikbaar wilt maken voor de analyse.
  6. Klik op OK.