Onderdelen selecteren in het dialoogvenster 'Selectie van onderdelen'

In Oracle Smart View for Office kunt u onderdelen selecteren voor verschillende doelen: ad-hocrasters, functies en de Point-of-view manager.

Het dialoogvenster Onderdeelselectie kan worden geopend bij het uitvoeren van meerdere taken, zoals de volgende. Het kan enigszins variëren op basis van de taak van waaruit het wordt geopend en de opties kunnen ook variëren op basis van de aangesloten gegevensbronprovider.

  • Selecteer een dimensie of onderdeel in het raster en klik vervolgens vanaf het ad-hoclint van de aanbieder op Onderdeelselectie. Klik bijvoorbeeld vanaf het lint van Planning Ad Hoc of het lint van Essbase op Onderdeelselectie.

  • Klik in een geopend dialoogvenster op Onderdeelselectie.

  • Klik in een leeg werkblad in het Smart View-venster met de rechtermuisknop op een kubusnaam en selecteer Onderdeelselectie. Gebruik deze methode om onderdelen te selecteren voor functies en verwijzingen (zie Functies).

  • Klik op een gebruikersvariabele in een formulier om het dialoogvenster Onderdeelselectie weer te geven.

  • Oracle Hyperion Financial Management: klik op een selecteerbare dimensie, rij of kolom in een formulier.

Onderdelen selecteren

Ga als volgt te werk om onderdelen te selecteren met het dialoogvenster Onderdeelselectie:

  1. Bekijk in het dialoogvenster Onderdeelselectie de structuurweergave met beschikbare onderdelen voor de geselecteerde dimensie in het linkerdeelvenster.
    Als u de dimensie wilt wijzigen, klikt u op de knop Dimensieselectie (bijvoorbeeld Knop Dimensieselectie) en selecteert u de vereiste dimensie. U kunt onderdelen voor slechts één dimensie tegelijk selecteren.
  2. Optioneel: als u een specifiek onderdeel in de structuurweergave wilt zoeken, typt u de zoekterm in het zoekvak. Zie voor meer informatie: Onderdelen zoeken in het dialoogvenster 'Selectie van onderdelen'.
  3. Optioneel: als u onderdelen wilt bekijken op hiërarchie of op andere criteria, klikt u op de pijl in Knop Bekijken en selecteert u een optie. Deze opties variëren afhankelijk van de gegevensbronprovider.
    • Oracle Essbase:
    • Cloud EPM en Oracle Hyperion Planning:
      • Hiërarchie: hiermee worden onderdelen weergegeven in de standaardhiërarchieopmaak.
      • Kenmerk: alleen Planning. Geef onderdelen op basis van kenmerken in een ad-hocraster weer. Zie Onderdelen filteren op kenmerk.
      • Dynamische tijdreeksen: hiermee worden onderdelen weergegeven op de laatste periode waarop de berekening tot heden wordt gebaseerd. Zie voor meer informatie: Onderdelen voor periode tot heden selecteren.
      • Vervangingsvariabelen (alleen Cloud EPM): hiermee worden onderdelen getoond op basis van selecties die zijn gemaakt op het tabblad Gebruikersvariabelen van het dialoogvenster Voorkeuren.

        Deze optie wordt weergegeven wanneer u Onderdeelselectie opent vanuit een gebruikersvariabele in een formulier.

    • Financial Management:
      • Hiërarchie: hiermee worden onderdelen weergegeven in de standaardhiërarchieopmaak.
      • Onderdelenlijsten: hiermee worden onderdelen weergegeven via onderdelenlijsten die door het systeem of door de gebruiker zijn gegenereerd. Door het systeem gegenereerde onderdelenlijsten worden aangegeven met vierkante haakjes, bijvoorbeeld [naam van onderdelenlijst].
    • Narrative Reporting:
      • Hiërarchie: hiermee worden onderdelen weergegeven in de standaardhiërarchieopmaak.
      • Dynamische tijdreeksen: hiermee worden onderdelen weergegeven op de laatste periode waarop de berekening tot heden wordt gebaseerd. Zie voor meer informatie: Onderdelen voor periode tot heden selecteren.
  4. Optioneel: als u onderdelen wilt filteren op niveaus, generaties en relaties, klikt u op Knop Filteren en selecteert u een filter. Zie voor meer informatie: Onderdelen filteren op niveaus, generaties en relaties.
  5. Optioneel: als u een aliastabel wilt toepassen op de onderdelen in het dialoogvenster Onderdeelselectie, klikt u op Knop Opties, selecteert u Aliastabel en selecteert u vervolgens een aliastabel.

    Selecties van aliastabellen in het dialoogvenster Onderdeelselectie zijn alleen van toepassing op het dialoogvenster, niet op het raster.

  6. Optioneel: u kunt gegevens over een onderdeel bekijken door het onderdeel te selecteren, op Knop Opties te klikken en vervolgens Onderdeelgegevens te selecteren. Zie voor meer informatie: Onderdeelgegevens bekijken.

    Van toepassing op Essbase, Cloud EPM, Narrative Reporting, Oracle Hyperion Planning .

  7. Optioneel: als u onderdelen wilt bekijken in een uitgevouwen of samengevouwen weergave, klikt u op Knop Opties en selecteert u vervolgens Alles uitvouwen of Alles samenvouwen.
  8. Selecteer de onderdelen die u wilt gebruiken.
    • Als u een vinkje in het selectievakje naast de van toepassing zijnde onderdelen wilt plaatsen, klikt u op Knop Opties en kiest u Onderliggende onderdelen aanvinken, Afstammelingen aanvinken of Basisonderdelen aanvinken.
    • Klik op Knop Opties en selecteer Vinkjes wissen als u alle selectievakjes wilt wissen.

    Opmerking:

    Financial Management: : er treedt een fout op (onbekende fout 0x800A139D) wanneer een lijst met onderdelen met dubbele koppeltekens (--) in de naam wordt geselecteerd.
  9. Klik op Knop Toevoegen in Onderdelen selecteren.

    De onderdelen worden van de onderdelenstructuurweergave in het linkerdeelvenster overgebracht naar de selectiestructuurweergave in het rechterdeelvenster.

  10. Optioneel: als dit de eerste onderdeelselectie is die u in een leeg, verbonden werkblad maakt, dan opent u het dialoogvenster Onderdeelselectie op de Smart View pagina door Meer te kiezen en vervolgens Onderdeelselectie. Selecteer onderdelen en kies vervolgens een van deze vulknoppen:
    • Knop Verticaal vullen om de geselecteerde onderdelen verticaal in te vullen (in een kolom), te beginnen vanaf de geselecteerde cel.
    • Knop Horizontaal vullen om de geselecteerde onderdelen horizontaal in te vullen (in een rij), te beginnen vanaf de geselecteerde cel.

    De vulknoppen worden alleen weergegeven als Onderdeelselectie via het menu Meer in het Smart View venster wordt geopend. De knoppen zijn handig bij het maken van ad-hocrasters in vrije vorm. De vulknoppen zijn aanwezig voor alle in aanmerking komende onderdelen in de verbonden gegevensbron.

    Tip:

    Controleer bij gebruik van de vulknoppen altijd de plaatsing van de cursor in de cel, zodat u er zeker van bent dat u het gewenste beginpunt binnen het blad hebt geselecteerd. Het vullen begint vanaf de geselecteerde cel.

    Plaats de cursor bijvoorbeeld in cel A2, open Onderdeelselectie in het menu Meer, selecteer vervolgens drie onderdelen in een dimensie en verplaats deze naar de rechterkant van het dialoogvenster. Klik op Verticaal vullen, Knop Verticaal vullen, en sluit het dialoogvenster. De geselecteerde onderdelen worden ingevuld in de cellen A2, A3 en A4.

  11. Klik op OK om het dialoogvenster Onderdeelselectie te sluiten.

    De geselecteerde onderdelen worden in het raster weergegeven.

  12. Klik op het lint op Vernieuwen om de gegevens in het raster bij te werken zodat deze overeenkomen met de geselecteerde onderdelen.

    Opmerking:

    Zodra de geselecteerde onderdelen zich in het raster bevinden, moet u Vernieuwen uitvoeren voordat u een ander onderdeel in het raster selecteert en Onderdeelselectie weer opstart. Als u het raster niet vernieuwt, wordt Onderdeelselectie opgestart in de context van de eerste dimensie van uw kubusstructuur.

  13. Optioneel: herhaal deze procedure om aanvullende onderdelen te selecteren, nadat u eerst het raster hebt vernieuwd volgens de instructies in de vorige stap.