Onderdelen selecteren in de onderdeelselectie

In Oracle Smart View for Office kunt u onderdelen selecteren voor verschillende doelen: ad-hocrasters, functies en de Point-of-view manager.

De dialoogvensters Onderdelen selecteren op deze locaties kunnen enigszins verschillen en niet alle opties zijn altijd beschikbaar. U kunt onderdelen voor slechts één dimensie tegelijk selecteren.

In Afbeelding 7-1 ziet u het dialoogvenster Onderdeelselectie met de dimensie Year en de bijbehorende onderdelen als voorbeelden.

Afbeelding 7-1 Dialoogvenster Onderdelen selecteren


Het dialoogvenster Onderdelen selecteren zoals in de vorige alinea is beschreven

Opmerking:

In dit onderwerp verwijst Cloud EPM naar de volgende providers van gegevensbronnen: Enterprise Profitability and Cost Management, Financial Consolidation and Close, FreeForm, Planning, Planning Modules en Tax Reporting.

Verwijzingen naar Oracle Hyperion Planning verwijzen naar de lokale versie van Planning.

Aanbevolen beste aanpak voor het selecteren van onderdelen

  • Oracle Hyperion Financial Management: er treedt een fout op (onbekende fout 0x800A139D) wanneer een lijst met onderdelen met dubbele koppeltekens (--) in de naam wordt geselecteerd.
  • Cloud EPM: in de modus "Naam en alias onderdeel":
    • De in dialoogvenster Onderdeelselectie weergegeven dimensie toont de standaarddimensie, ongeacht de dimensie of het onderdeel dat u voor een aliaskolom in het raster hebt geselecteerd. Voer stap 2 uit om de gewenste dimensie te selecteren.
    • Nadat u via dialoogvenster Onderdeelselectie een onderdeel hebt geselecteerd, moeten gebruikers het overeenkomstige onderdeel of de overeenkomstige alias in de naburige kolom in het werkblad corrigeren of verwijderen, zodat het vernieuwen correct verloopt.

    De modus "Naam en alias onderdeel" verwijst naar de instelling Naam en alias onderdeel van de optie Weergave van onderdeelnaam, zoals beschreven in Onderdeelopties.

Tip:

Oracle Essbase en Cloud EPM:

Als u snel kenmerkdimensies wilt toevoegen in een vrije-vormraster, volgt u de instructies in Kenmerkdimensies invoegen op het blad. U kunt vervolgens de instructies in dit onderwerp gebruiken om onderdelen van kenmerkdimensies te selecteren en ermee te werken.

Onderdelen selecteren

Ga als volgt te werk om onderdelen te selecteren:

  1. Voer een van de volgende handelingen uit om het dialoogvenster Onderdelen selecteren weer te geven, dat een boomstructuurweergave bevat van beschikbare onderdelen voor de geselecteerde dimensie:
    • Selecteer een dimensie of onderdeel in het raster en klik vervolgens vanaf het ad-hoclint van de aanbieder op Onderdeelselectie. Klik bijvoorbeeld vanaf het lint van Planning Ad Hoc of het lint van Essbase op Onderdeelselectie.

    • Klik in een geopend dialoogvenster op Onderdelen selecteren.

    • Klik in een leeg werkblad in het Smart View-venster met de rechtermuisknop op een kubusnaam en selecteer Onderdeelselectie. Gebruik deze methode om onderdelen te selecteren voor functies en verwijzingen (zie Functies).

    • Klik op een gebruikersvariabele in een formulier.

    • Financial Management: klik op een selecteerbare dimensie, rij of kolom in een formulier.

  2. Klik in Onderdeelselectie om de dimensie te wijzigen op de knop Dimensieselectie (bijvoorbeeld Knop Dimensieselectie) en selecteer een dimensie.
  3. Optioneel: voer een onderdeelnaam of een gedeelte van een onderdeelnaam in het zoekveld in en klik op Knop Zoeken in Onderdelen selecteren om een specifiek onderdeel in de boomstructuur te vinden.

    Het eerste resultaat in de lijst met onderdelen is gemarkeerd. Klik nogmaals op Knop Zoeken in Onderdelen selecteren om het volgende onderdeel te vinden met de zoekstring die u hebt ingevoerd.

    U kunt ook op de toets F3 drukken in plaats van op de knop Knop Zoeken in Onderdelen selecteren te klikken.

    Tip:

    Voor zoekopdrachten naar alleen alfabetische tekens kunt u ook op de toets Enter drukken nadat u de zoekcriteria hebt ingevoerd in het zoekveld. Nadat u een overeenkomend onderdeel hebt gevonden, kan er een fout optreden als u nogmaals op Enter drukt. U kunt de toets Enter gebruiken voor volgende zoekopdrachten. Als u echter een overeenkomend resultaat hebt gevonden, is de beste aanpak de cursor altijd terug te plaatsen in het zoekveld voordat u opnieuw op Enter drukt.

    Opmerking:

    • Als de aliastabel voor het dialoogvenster Onderdelen selecteren is ingesteld op Geen (zie voor meer informatie: stap 6), kunt u op onderdeelnaam zoeken. Als u de aliastabel wijzigt in Standaard of in een andere aliastabel, moet u zoeken overeenkomstig de bijbehorende aliassen die voor de aliastabel 'Standaard' of een andere geselecteerde aliastabel zijn gedefinieerd.

    • In Essbase en Narrative Reporting worden sterretjes (*) en vraagtekens (?) geaccepteerd als jokertekens. Het sterretje kan worden vervangen voor een groep tekens en het vraagteken kan worden vervangen voor slechts één teken.

      Bijvoorbeeld: om te zoeken naar alle onderdeelnamen die beginnen met het woord Total, zijn To* en To?al geldige zoekstrings, maar To? niet.

      De zoekstring mag niet beginnen met een sterretje. Zo zijn *Total en *otal geen ondersteunde zoekstrings.

  4. Optioneel: klik op de pijl in Knop Bekijken en selecteer een optie als u de criteria voor het tonen van onderdelen in zowel het rechterdeelvenster van het dialoogvenster 'Onderdelen selecteren' als in het raster of formulier wilt wijzigen:
    • Essbase:

      • Hiërarchie: hiermee worden onderdelen weergegeven in het standaardhiërarchieformaat.

      • Kenmerk: hiermee worden onderdelen weergegeven via kenmerken. Zie voor meer informatie: Filteren op kenmerk.

      • Subset: hiermee wordt een subset van onderdelen weergegeven op basis van een set voorwaarden. Filteren op subsets.

      • Dynamische tijdreeksen: hiermee worden onderdelen weergegeven per laatste periode waarop de berekening tot heden wordt gebaseerd. Zie voor meer informatie: Onderdelen voor periode tot heden selecteren.

    • Cloud EPM en Oracle Hyperion Planning:

      • Hiërarchie: hiermee worden onderdelen weergegeven in het standaardhiërarchieformaat.

      • Kenmerk: alleen Planning. Geef onderdelen op basis van kenmerken in een ad-hocraster weer. Zie Filteren op kenmerk.

      • Alleen Cloud EPM:

        Vervangingsvariabelen: onderdelen tonen op basis van selecties die zijn gemaakt op het tabblad Gebruikersvariabelen van het dialoogvenster Voorkeuren.

        Opmerking:

        De optie Vervangingsvariabelen wordt weergegeven wanneer u Onderdeelselectie opent vanuit een gebruikersvariabele in een formulier.

      • Dynamische tijdreeksen: hiermee worden onderdelen weergegeven per laatste periode waarop de berekening tot heden wordt gebaseerd. Zie Onderdelen voor periode tot heden selecteren.

    • Financial Management:

      • Hiërarchie: hiermee worden onderdelen weergegeven in het standaardhiërarchieformaat.

      • Onderdelenlijsten: hiermee worden onderdelen weergegeven via door het systeem of door de gebruiker gegenereerde onderdelenlijsten. Door het systeem gegenereerde onderdelenlijsten worden aangegeven met vierkante haakjes, bijvoorbeeld [naam van onderdelenlijst].

    • Narrative Reporting:

      • Hiërarchie: hiermee worden onderdelen weergegeven in het standaardhiërarchieformaat.

      • Dynamische tijdreeksen: hiermee worden onderdelen weergegeven per laatste periode waarop de berekening tot heden wordt gebaseerd. Zie Onderdelen voor periode tot heden selecteren.

  5. Optioneel: klik op Knop Filteren en selecteer een van deze filters (filteropties kunnen variëren per gegevensbronsoort) als u een specifiek onderdeel of specifieke groep onderdelen in de boomstructuurweergave zoekt:
    • Afstammelingen om alle afstammelingen van het geselecteerde onderdeel te selecteren

    • Afstammelingen (inclusief) om het geselecteerde onderdeel en alle afstammelingen ervan op te nemen

    • Onderliggend om alleen de onderliggende items van het geselecteerde onderdeel te selecteren

    • Onderliggend (inclusief) om het geselecteerde onderdeel en alleen de onderliggende items ervan op te nemen

    • Verwante onderdelen om alle verwante onderdelen van het geselecteerde onderdeel te selecteren

    • Verwante onderdelen (inclusief) om het geselecteerde onderdeel en alle verwante onderdelen ervan op te nemen

    • LSiblings om alleen de onderdelen op te nemen die worden weergegeven vóór het geselecteerde onderdeel met hetzelfde bovenliggende item

    • LSiblings (inclusief) om het geselecteerde onderdeel met de verwante onderdelen links ervan op te nemen

    • RSiblings om alleen de onderdelen op te nemen die worden weergegeven achter het geselecteerde onderdeel met hetzelfde bovenliggende item

    • RSiblings (inclusief) om het geselecteerde onderdeel met de verwante onderdelen rechts ervan op te nemen

    • Bovenliggend om alleen het bovenliggende item van het geselecteerde onderdeel te selecteren

    • Bovenliggend (inclusief) om het geselecteerde onderdeel en alleen het bovenliggend item ervan op te nemen

    • Voorlopers om alle voorlopers van het geselecteerde onderdeel te selecteren

    • Voorlopers (inclusief) om het geselecteerde onderdeel en alle voorlopers ervan op te nemen

    • Basis om alleen de hiërarchieonderdelen van het laagste niveau van een hiërarchie te selecteren

    • Afstammelingen op niveau 0 om alle afstammelingen van het geselecteerde onderdeel die geen onderliggende items hebben, weer te geven

    • Niveau om het dialoogvenster Niveau weer te geven, waar u één niveau selecteert in de hiërarchie van onderdelen

    • Generatie om het dialoogvenster Generatie weer te geven, waar u één generatie selecteert in de hiërarchie van onderdelen

    • UDA om het dialoogvenster UDA weer te geven, waar u een door de gebruiker gedefinieerd kenmerk selecteert (alleen beschikbaar als de beheerder dit heeft gedefinieerd)

    Opmerking:

    In Narrative Reporting worden filters niet ondersteund.

  6. Optioneel: als u weergave- en selectieopties voor onderdelen in het dialoogvenster Onderdeelselectie wilt kiezen, klikt u op Knop Opties en voert u een actie uit:
    • Als u een vinkje in het selectievakje naast de van toepassing zijnde onderdelen wilt plaatsen, kiest u Onderliggende items inschakelen, Afstammelingen inschakelen of Basisonderdelen inschakelen.

    • Selecteer Selecties wissen als u alle selectievakjes wilt uitschakelen.

    • Als u uitgevouwen of samengevouwen dimensies wilt bekijken, selecteert u Alles uitvouwen of Alles samenvouwen.

    • Als u informatie over een onderdeel wilt tonen, selecteert u eerst het onderdeel en vervolgens Onderdeelgegevens. Klik op het tabblad Alias om aliastabelgegevens weer te geven, indien beschikbaar.

      Van toepassing op Essbase, Cloud EPM, Narrative Reporting, Oracle Hyperion Planning, .

    • Als u een aliastabel wilt toepassen op de onderdelen in het dialoogvenster Onderdeelselectie, selecteert u Aliastabel en selecteert u vervolgens een aliastabel.

      Selecties van aliastabellen in het dialoogvenster Onderdelen selecteren zijn alleen van toepassing op het dialoogvenster, niet op het raster in het Office-document.

  7. Selecteer onder Onderdelen de onderdelen die u wilt gebruiken.

    Opmerking:

    Financial Management: er treedt een fout op (onbekende fout 0x800A139D) wanneer een lijst met onderdelen met dubbele koppeltekens (--) in de naam wordt geselecteerd.
  8. Klik op Knop Toevoegen in Onderdelen selecteren.

    De onderdelen worden van de onderdelenstructuurweergave overgebracht naar de selectiestructuurweergave in het deelvenster aan de rechterzijde.

  9. Optioneel: als dit de eerste onderdeelselectie is die u in een leeg, verbonden werkblad maakt, dan opent u het dialoogvenster Onderdeelselectie in het Smart View venster door Meer te kiezen en vervolgens Onderdeelselectie. Selecteer onderdelen en kies vervolgens een van deze vulknoppen:
    • Knop Verticaal vullen om de geselecteerde onderdelen verticaal in te vullen (in een kolom), te beginnen vanaf de geselecteerde cel.

    • Knop Horizontaal vullen om de geselecteerde onderdelen horizontaal in te vullen (in een rij), te beginnen vanaf de geselecteerde cel.

    De vulknoppen worden alleen weergegeven als Onderdeelselectie via het menu Meer in het Smart View venster wordt geopend. De knoppen zijn handig bij het maken van ad-hocrasters in vrije vorm. De vulknoppen zijn aanwezig voor alle in aanmerking komende onderdelen in de verbonden gegevensbron.

    Tip:

    Controleer bij gebruik van de vulknoppen altijd de plaatsing van de cursor in de cel, zodat u er zeker van bent dat u het gewenste beginpunt binnen het blad hebt geselecteerd. Het vullen begint vanaf de geselecteerde cel.

    Plaats de cursor bijvoorbeeld in cel A2, open Onderdeelselectie in het menu Meer, selecteer vervolgens drie onderdelen in een dimensie en verplaats deze naar de rechterkant van het dialoogvenster. Klik op Verticaal vullen, Knop Verticaal vullen, en sluit het dialoogvenster. De geselecteerde onderdelen worden ingevuld in de cellen A2, A3 en A4.

  10. Klik op OK om het dialoogvenster Onderdelen selecteren te sluiten.

    De geselecteerde onderdelen worden in het raster weergegeven.

  11. Klik op het lint op Vernieuwen om de gegevens in het raster bij te werken zodat deze overeenkomen met de geselecteerde onderdelen.

    Opmerking:

    Zodra de geselecteerde onderdelen zich in het raster bevinden, moet u Vernieuwen uitvoeren voordat u een ander onderdeel in het raster selecteert en Onderdelen selecteren weer opstart. Als u het raster niet vernieuwt, wordt Onderdelen selecteren opgestart in de context van de eerste dimensie van uw kubusstructuur.

  12. Optioneel: herhaal deze procedure om aanvullende onderdelen te selecteren, nadat u eerst het raster hebt vernieuwd volgens de instructies in de vorige stap.